Get Adobe Flash player

liesbeth ottoy

Prenatale follow – up

Tijdens een zwangerschap worden er een 10 tal consultaties voorzien, telkens op zowat dezelfde tijdsduur van de zwangerschap. Bij complicaties (dit kan bv. een bloeding zijn,  voortijdige weeën, problemen bij de foetus,…) zijn er natuurlijk extra controles nodig. Afhankelijk van de wens van de patiënte zelf, kunnen de controles ook iets sneller opvolgen.

Standaard gebeuren de controles rond de 7-8 weken, 12 weken, 16-17 weken, 21 weken, 27 weken, 31 weken, 35 weken, 37 weken, 38-39 weken, 40 weken, …

Er wordt bij elke consultatie gebeurt een bloeddrukmeting, urine-onderzoek en wordt er uitgebreid gekeken met echografie. Bloedafnames gebeuren in principe enkel in het begin van de zwangerschap (o.a. voor Downscreening) en rond de 27 weken (voor de suikertest).

Bij verhoogd risico wordt overleg gepleegd met collega’s gynaecologen (met expertise voor prenatale diagnostiek) in Jan Palfijn Ziekenhuis Gent of Universitair Ziekenhuis Gent. Indien nodig kan er ten allen tijde een bijkomende echografie gevraagd worden aldaar.

Nog even ter info: ik druk bij elke echo minimum 1 foto af, maar neem zeker uw USB stick mee zodat je alle foto’s kunt opslaan voor later. Pretecho’s voer ik niet uit in de praktijk; ik kan u wel enkele referenties geven.

Dr. Ottoy

Indicatie fertiliteitsbehandeling

Wanneer een behandeling geïndiceerd is, hangt uiteraard af van het onderliggend probleem en ook van wat het koppel wil.  In het onderzoek naar een diagnose wordt dan ook snel duidelijk of er enkel cycluscontrole nodig is, dan wel inseminaties of zelfs IVF.

Om te begrijpen waar het probleem ligt, moet men zich even bewust maken van wat er nodig is om zwanger te worden. Eenvoudig maar logisch redenerend komen we tot het volgende: er is een rijpe eicel van goede kwaliteit nodig, die op gepaste tijde ontspringt uit de eierstok en de eicel moet zich doorheen een eileider kunnen geleiden. Er is een voldoende aantal zaadcellen nodig die snel genoeg zwemmen om tot in de eileider te geraken en aldaar de eicel te bevruchten. Nadien moet het gevormde embryo zich kunnen innestelen in het baarmoederholte.

 

 

innesteling

 

 

 

 

 

 

 

Verminderde vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid bij de vrouw:

– eileider probleem (bv. na zware infectie in de buikholte, na sterilisatie,…)

– endometriose (waarbij er baarmoederslijmvlies groeit in de buikholte, dit geeft een negatieve invloed op de kwaliteit van de eicellen)

– functioneel probleem van de eierstokken (geen eisprong bv. bij PCO syndroom, anorexia, …)

– baarmoederafwijkingen (bv. ontdubbelde baarmoeder, tussenschot of poliepen in de baarmoederholte)

– endocrienologische afwijkingen (bv. diabetes, schildklierlijden, te weinig progesteronhormoon, …)

– ….

 

Verminderde vruchtbaarheid bij de man

– te weinig zaadcellen of te trage zaadcellen of geen zaadcellen (bv. bij zware rokers, na infectie van de teelbal, na sterilisatie, …)

– functioneel probleem (erectiestoornissen)

 

PRIVÉ PRAKTIJK

Assestraat 29D
9550 Steenhuize - Wijnhuize
0477/ 22.77.92

JAN PALFIJN

Henri Dunantlaan 5
9000 Gent
09/224.88.50